Bron: FAW


Brief dd donderdag 6 december 1787 toegeschreven aan Mevr E.A, Weerts-Wentholt (1740-1820)

Verklaring:
  • -kloften: Twents voor groepen
  • -Siebink: mogelijk verbastering van Sieberink zie index


    
    1	                                     Den 6 december	   
    		   
    	Door Gods goedheid is het hier alles gisteren	   
    	met de S[int] Nicolaas avond wel afgeloopen.	   
    5	Na half vijf liet ik niemands uitgaan.	   
    	Ik had de sleutels van het huis bij mij op	   
    	tafel. Daar gingen wel kloften langs straat	   
    	singen maar voor de rest niets gedaan. Ook	   
    	was er door de magistraat en militie	   
    10	goede orde opgestelt. Reets eergisteren wierde	   
    	2 kanonnen voor de Hooftwagt geset die	   
    	geladen waaren. De kist met kruit daar	   
    	bij alle onderofficieren. Moesten gisteren-	   
    	avond aan de Hooftwagt weesen om te 	   
    15	patrouljieren.	   
    	Ik ben door Gods goedheid tegenswoordig redelijk.	   
    	Ik bidde God verder om sijn nodige hulp om	   
    	gesontheid en om verstand om mij in alles	   
    	te redden want so ik sien kan sal ik in	   
    20	't vervolg geen raa[d] van uw meer verwagten	   
    	kunnen. Uwe knorrige brief sal mij	   
    	niet van toon doen veranderen. Ik schrijf	   
    	aan een man de ombewimpelde waarheid.	   
    	Het doet mij in mijn seele leet dat sulke 	   
    25	brieven ontfange daar wij beyden in sulke	   
    	treurige omstandigheeden  siten en dat	   
    	ik nog gecontrekarieert worde in het geen	   
    	ik uit nootsakelijkheid en niet uit	   
    	plaisier doe. Dat weet God. Maar alles loopt	   
    30	daar te Zutphen in het niet. Ik heb rekeningen	   
    	ontfangen die ik daar in 't cantoor cabinetje	   
    	heb leggen daar de mensen ons hierom schrijven	   
    		   
    	                                                        blz. 2	   
    		   
    	en ik kan in dese tijt van huis niet. Doet	   
    	so je wilt want aan uw is dog geen raden	   
    35	altijt eijgensinnig. Swaantje sit als een 	   
    	blok, ellendig in den enen arm die als	   
    	lam is. Schre[e]uwt het uit van tantpijn op	   
    	dit ogenblik.  God weet de post die ik heb dog	   
    	hij legt se mij op. Laat ik alles gewillig dragen	   
    40	maar van mensen so veel droefheid te ontfangen	   
    	valt mij vrij bitter.	   
    	Geen wijsneus heeft mij geraden de rikkinge	   
    	weg te breken. Sij kan het op een ander jaar als	   
    	hij nu de geheele winter al eens overstont sonder	   
    45	dat weggestoolen wierd het niet houwen.	   
    	Dat kost onnoemlijk. Al die arbeyders moeten dan	   
    	dagelijks weer aan het rikken maaken. 25 g[u]l[den]	   
    	nagels staan op de rekening van van Calker. 't	   
    	is geen tijt sijn dingen maar so verloren te laten	   
    50	gaan. Ik heb een rekening van Brilman de bakker	   
    	wegens de haver daar veel schepels tegen 25 st[uivers]	   
    	op staan in die tijt van de Husaren. Nu kost	   
    	se nog 18 st[uivers]. Onze peerden doen niets als alleen	   
    	dat sij gisteren een beetje coolseldry etc van buiten	   
    55	hebben gehaalt.	   
    	Ik sal mij nog met Ooytink nog met Brinkgreve                                                 	   
    	niet meer bemoeijen. De boer sal saterdag wel	   
    	koomen vragen hoe veel het m[oe]t gelden. Sal	   
    	seggen dat hij na uw toe moet gaan. Pessink	   
    60	heb ik van de somer daar al eens over gesproken	   
    	die wil het niet hebbe. Die man heeft ook geen	   
    	gelt en die verragten de plaats seer.	   
    		   
    	                                                           blz. 3	   
    		   
    	Dat U e[dele] sig diviteert soveel de tijt toelaat	   
    	is mij plaisir, maar dat over alles cavaljerement	   
    65	heen gelopen wort en hetgeen U e[dele] nu nog soude	   
    	kunnen doen, niet doet is mij chagrin, daar	   
    	er so veel te redden valt. Ik soude over Siebink	   
    	niet schrijven als ik niet vond dat het door 	   
    	Sandeboer hoger gestelt was omdat een bosje	   
    70	daar mede onderstelt en dat ik weet dat papa	   
    	zal[iger] altijt gesegt heeft dat het so langs het huis	   
    	met appelbomen etc. was afgeperkt. Als ik	   
    	koom sal ik het selvs gaan sien als ik maar	   
    	gesontheid mag hebben. Ik maale over dingen	   
    75	die ik voor mijn kinder moet verantwoorden.	   
    	Sal ik alles so sonder het te laten nagaan	   
    	als ik het anders vinde als ik meende maar	   
    	afgeven. Ieder moet voor 't sijne sorgen.	   
    	Ik bedanke voor de haas. Heb er van 't jaar nog	   
    80	geen geproeft dus sullen die selvs eten. Ik heb geen	   
    	meyt als Janna. Moet de pot ook daar bij kooken	   
    	of eeten ellendig. Ik blijf maar twe[e] dagen te 	   
    	Zutphen sal dan overkomen dog met so een	   
    	ellendig meijsje al S[waan] tegenwoordig is. Sij is	   
    85	so vol rumatique pijnen die schieten haar nu uit	   
    	het hooft in de tanden en sij is so verdrietig da[a]r bij.	   
    	Die sal stil op haar stoel moeten blijven sitten.	   
    	Ik was liever in rust daar op R[oss] dog moet	   
    	ook al eens weer na de stad. Ik wilde niet	   
    90	geern so als vlugtende gerekent worden. Die-	   
    	gene die vlugtten uit de stad sullen het 	   
    	ergste hebben so in de betalinge als anders so	   
    	als gesegt word.	   
    		   
    	                                                           blz. 4	   
    		   
    	Ik sal de brief na Campen besorgen. Vinde het heel	   
    95	goed. Ik moet eijndigen de kinder willen sien of S[int] Nicolaas	   
    	ook wat gebragt heeft. Ik sende voor J[an] 3 paar koussen,	   
    	sijn groene rok, 2 hemden, 1 overhemd wat bonte sakdoeken voor 	   
    	hem, 2 rollen en 4 bukkingen. Voor U e[dele] weet niets te	   
    	bedenken. Ik verwagte ten eersten een vriendelijken	   
    100	brief of uw selvs nog liefst. Anders sal ik komen	   
    	en dan moet alles gaan so als best kan hier.	   
    	ik ben T.T.  Ik groete uw gast hoope hij braef	   
    	mag leesen om sijn geest wat te versieren. Heeft nu 	   
    	nog tijt die hij nooyt weerkrijgt.	   
    105	S[waan] is nu iets beter. Versoekt haar compliment.	   
    	Housart is beroepen en nog eenen.	   
    	H[armen] Groeve sit nog.	   
    	Seemsmaker sal na het spinhuis.	   
    	De gecommitteerden sijn nog niet weer uit den Haag	   
    110	sullen donderdag of vrijdag koomen	   
    	en dan sal ik G[arrit] voorste[llen] met de boerewagen mede	   
    	nemen meld mij of wij door de Watersteege kunnen	   
    	komen.	 
    
    
    
    

    <<< Terug <<<



    home.deds.nl/~hdebie45/Genea